Referenties

Hoffmann BV

Tom de Vries, Koninklijke De Vries Scheepsbouw, over de risicoinventarisatie van Hoffmann

Koninklijke De Vries Scheepsbouw bouwt onder de naam Feadship zeegaande, custom built, luxe motorjachten met een lengte van 35 tot 120 meter. Feadship, een samenwerkingsverband met Royal Van Lent en architectenbureau De Voogt, is wereldwijd marktleider in dit segment. Tom de Vries staat met enkele familieleden als vierde generatie aan het roer van Koninklijke De Vries Scheepsbouw, dat in Aalsmeer sinds 1906 bestaat. Familiebedrijf De Vries liet Hoffmann onlangs een risicoinventarisatie uitvoeren.

 

 

‘Het is hier in Aalsmeer als volgt’, vertelt Tom de Vries, ‘Joop van den Ende maakt dromen. En dromen: poef! Die verdwijnen. Maar wij maken dromen waar je over vijftien jaar nog steeds wat aan hebt. Er komt hier een stel stalen platen binnen, een boomstam en een potje verf, en er gaat een jacht naar buiten. We maken echt iets. En daar kunnen we trots op zijn. Dat kunnen we later aanwijzen en zeggen: dat hebben wij gemaakt.

 

Wij hebben vakmanschap en perfectionisme van het product hoog in het vaandel staan’, vervolgt De Vries. Deze waarden gelden al vanaf de oprichting van het bedrijf. Een andere waarde die de firma De Vries eveneens vanaf het begin uitdraagt, is het vertrouwen in de mens. ‘We zijn met bepaalde normen en waarden opgevoed. En misschien is dat wel onze blinde vlek: we gaan er te veel van uit dat iedereen zo denkt. Dat blindelingse vertrouwen in de mens is niet meer van deze tijd’, vindt De Vries.

 

 

"Medewerkers schrikken als ze horen dat de dief hier al tien jaar werkte."

 

 

‘Helaas hebben we onlangs te maken gekregen met iemand die diefstal pleegde – we kwamen er overigens achter wie de dader was met Hoffmann’s hulp’, vertelt De Vries. ‘Er was twee keer ingebroken en er was gestolen. “Het zal wel iemand van buiten ons bedrijf zijn”, zeiden veel medewerkers destijds. Toen ik achteraf vertelde dat het iemand van onszelf was, kreeg ik te horen dat de dader hier dan zeker nog maar net werkte. Maar hij werkte hier al tien jaar! Als de medewerkers dat horen, schrikken ze.’
 

 

Insluiper
Een van de manieren om de beveiliging bij De Vries te onderzoeken, was de inlooptest. ‘Hoffmann’s “insluiper” kwam onze facilityman tegen’, vertelt De Vries. ‘Hij maakte hem wijs dat hij van de verzekering was en dat meneer De Vries van zijn bezoek afwist. Toen ik de facilityman later tegenkwam, vroeg hij of ik die man van de verzekering nog had gezien. Ik zei: “Welke man van de verzekering? Er is helemaal geen man van de verzekering.” Dat weet ik namelijk altijd van tevoren “Jawel, die is er wel”, kreeg ik daarop te horen, “hij liep hier rond met een badge van de verzekering.” Ik zei: “Dat is helemaal geen man van de verzekering! En die loopt hier op kantoor rond? We doen nu alle deuren op slot, eentje blijft hier staan en twee gaan het kantoor door. We vinden die vent.” Maar hij was niet meer te vinden natuurlijk. Later kwam hij binnen en toen stoof ik op hem af. “Nee, nee, ik ben van Hoffmann!”, riep hij toen’, vertelt De Vries glimlachend.

 


‘Normaal gesproken zijn we heel secuur met het sluiten van de toegangsdeuren’, vervolgt De Vries. ‘Maar net toen Hoffmann’s “insluiper” kwam, was er een afscheidsreceptie van een jubilaris. Iedereen was daar even een biertje aan het drinken en de achterdeur stond nog open. Hij had daarnaast natuurlijk de beste smoes die je kunt hebben. Eens per jaar komt er iemand van de verzekering langs voor een inventarisatie. Alleen word ik daarover altijd gewaarschuwd, en ’t kantoor ook. Maar dat is geen excuus: als iemand met een stalen gezicht en een pak aan beweert dat hij van de verzekering is, komt hij kennelijk een heel eind.’
 

 

Praktisch
‘Er staan heel praktische oplossingen in het rapport’, vindt De Vries. ‘Als ik de helft uitvoer, is de beveiliging al 300 procent beter, zonder veel problemen. Maar als ik alles uitvoer, zal dit bedrijf een soort Ford Knox zijn. Dat hoeft niet. Het gaat me bijvoorbeeld te ver om iedereen met z’n foto op een pasje te laten rondlopen. Ik weet overigens nog niet hoe ik álle veranderingen handen en voeten kan geven. Dat wil ik ook graag met Hoffmann doen.

 


Een belangrijk gevolg van het rapport is dat De Vries beleidsmatiger te werk wil gaan met de beveiliging. ‘Minder ad hoc’, vertelt hij. ‘We gaan met behulp van de matrix in het rapport meetbaar maken waarmee we de hoogste risico’s lopen en hoeveel ons dat potentieel kan kosten. Als de kosten opwegen tegen de baten, nemen we maatregelen. Die betalen zichzelf dan terug. We weten bijvoorbeeld dat er gereedschap verdwijnt maar we weten niet precíes hoeveel. Dat gaan we meetbaar maken.

 

Als we alles tegen elkaar hebben afgewogen, kunnen we beleid ontwikkelen. Daarbij stel je elkaar vragen als: wat doe je nu precies, wat zou je aan bepaalde maatregelen hebben, kijk je om je heen? Normaal gesproken vraag je alleen: kan je vooruit, klopt de planning, en heb je je spullen? 

 

 

"Het management en de hoofden van de afdelingen wil ik op training sturen." 
 
 

 

Het veiligheidsbeleid moet zich vervolgens als een olievlek over het bedrijf uitspreiden. We weten dan precies hoe we met elkaar, en de spullen omgaan. Die normen en waarden gelden trouwens voor iedereen; van ons naar de medewerker op de vloer. Het management en de hoofden van de afdelingen hebben een belangrijke voorbeeldfunctie, daarom wil ik die mensen op training sturen. Dat zullen er overigens iets minder zijn dan toen de bomen nog tot in de hemel groeiden. We zijn in verband met de crisis toch naar onze budgetten aan het kijken. Daar zal het Hoffmannrapport trouwens zeker aan bij kunnen dragen.’
 

 

Aanbevelingen
‘In het Hoffmannrapport staat een aantal aanbevelingen dat me goed in de oren klinkt. Zo staat er over het sleutelbeheer dat het goed is dat we sloten op de deuren hebben, maar dat het nog beter zou zijn als we weten wie ernaar binnen gaat’, vertelt De Vries. ‘Nou, daar voel ik veel voor. Zo willen we toegangshekken en een portiersloge plaatsen.

 


We gaan ook beter toezien op wie er binnenkomt. Als wij namelijk laten zien dat we weten wie er aanwezig is, zullen medewerkers er alerter op zijn als er iemand tussen de mazen door glipt. De registratie van aanwezigheid zal trouwens makkelijk ingevoerd kunnen worden want we hebben allemaal al een badge. Daarmee kun je ook deuren gaan openen. Die badge willen we ook gaan gebruiken voor het uitlenen van gereedschap’, vervolgt De Vries.

 


‘We hebben overal bordjes hangen dat mensen zich moeten melden bij de receptie, en daarom verwachten wij dat iedereen dat doet’, glimlacht De Vries. ‘In het verleden kende iedereen elkaar en dan werd een nieuw gezicht naar kantoor gestuurd. Als er nu mensen naar binnen wandelen, heeft soms iemand de tegenwoordigheid van geest om te zeggen: “Wie bent u en waarom loopt u niet via de receptie?” De meeste medewerkers denken echter al snel: het zal wel goed zijn. Dat komt omdat er nu zoveel onbekenden op de werf werken; op dit moment hebben we bijna 120 externen tegen 300 man eigen personeel. Dat toezicht door de medewerkers zal in de toekomst verbeteren omdat we meer met eigen personeel willen gaan werken.

 

 

"Als het om hoge managementfuncties gaat of een functie in de directie, ga ik echt screenen."

 



De aanbeveling in het rapport om meer personen te screenen, vond ik een lastige kwestie. Ik denk wel dat we meer referenties zullen natrekken want dat deden we niet genoeg. Maar echt screenen ga ik alleen doen als het om hoge managementfuncties gaat of een functie in de directie bijvoorbeeld.
We willen ons ook gaan laten ondersteunen door externe audits. Als we dat intern zouden uitvoeren, dan is diegene die het doet de pineut bij z’n collega’s. En een externe is bovendien kritischer. Zo’n externe audit heeft daarnaast nog het voordeel dat het zichtbaar voor het personeel is; daarmee laat je zien dat het ernst is.

 

Een aantal dingen doen we al op beveiligingsgebied: bijvoorbeeld in het magazijn, daar werken we nu met barcodes. Daar waren we al mee begonnen omdat er veel dingen op een andere plek werden teruggezet. Iemand van het magazijn verstrekt nu de spullen, pakt ze later weer aan, en zet ze terug. Dat lijkt omslachtig maar als je drie wasmachines koopt en na de bouw van een schip heb je er twee over, schiet dat niet op. En de tijd die medewerkers aan het zoeken waren besparen we er ook mee.’

 


Samenwerking
De risicoinventarisatie is De Vries goed bevallen. ‘Ja, zeker! De samenwerking tussen De Vries en Hoffmann – die al twaalf jaar bestaat - is eigenlijk altijd prettig en professioneel. Hoffmann licht ons ook altijd op een manier voor waardoor het verhaal binnen de organisatie goed neer te zetten is. Dat geldt voor het hele traject. De medewerkers die Hoffmann gaat interviewen, worden vooraf bijvoorbeeld goed voorgelicht. Daarmee wordt een sfeer van achterdocht voorkomen en daardoor durven mensen het achterste van hun tong te laten zien. En dat proef je ook uit het rapport. Dus dat is goed gedaan, zonder meer.

 

 

"Eigenlijk heb ik geen kritiekpunten."

 

 

Eigenlijk heb ik geen kritiekpunten’, aldus De Vries. ‘Als ik zo nadenk is het soms een beetje ambtelijk. Je moet soms over wat schijven heen maar als het eenmaal loopt, vind ik dat het netjes gaat, zorgvuldig, professioneel. De post stuurt Hoffmann bijvoorbeeld naar mijn huisadres en niet naar de werf, dat vind ik allemaal zeer professioneel. Nee, ik heb weinig kritiek.’

 

Concluderend vond De Vries de risicoinventarisatie wel wat confronterend. ‘Maar daarom hebben we jullie ook ingehuurd. Ik heb er niks aan als mij was verteld dat ’t allemaal wel meeviel. We kunnen het vanaf nu dus alleen maar beter doen.’
 

Meer informatie over Koninklijke De Vries Scheepsbouw b.v. is te vinden op www.devriesscheepsbouw.nl, de homepage van Feadship is www.feadship.nl

 

Tel +31 (0)36 52 33 000
© Hoffmann BV 2010 | Privacy statement | gebruiksvoorwaarden website